Over zijn intrigerende vormschappen zegt hij zelf: De uitdrukking: “Huisje, boompje, beestje…” vormt in al zijn simpelheid een kernachtige beschrijving van de natuur. Bomen vertegenwoordigen de ‘echte’ natuur, huizen hetgeen mensen daaraan veranderen of toevoegen. Het beestje, waaronder de mens, bevólkt die natuur. Meer ingrediënten zijn niet nodig voor VORMSCHAPPEN (VORMen uit landSCHAPPEN). Vervormingen van deze ingrediënten weerspiegelen de persoonlijke artistieke vrijheid, die elke kunstenaar mag en moet toepassen. Het geeft de toeschouwer de mogelijkheid zijn eigen intelligentie en fantasie te gebruiken bij de beleving van het vormschap. Orthodoxe regels over kleur, vorm en perspectief gooi ik daarom overboord. In plaats daarvan gebruik ik een van de beschrijvende meetkunde afgeleide techniek om de driedimensionale wereld te interpreteren in het tweedimensionale vlak. De horizon wordt gebogen, sterk vervormd of zelfs gefragmenteerd over het schilderij weergegeven. Dit kan men zien als de vertolking van het ‘rondkijken’ in een landschap: de beweging van de waarnemer geïnterpreteerd in een plat vlak. Kleuren – toch al subjectief – worden door mij naar believen gebruikt om mijn visie op het onderwerp te ‘kleuren’ tot een aangename, interessante compositie. Dit alles in het besef, dat de ware grootheid van de natuur niet in verf gevangen kan worden.